Rookmelders zijn per 1 juli 2022 verplicht in alle woningen.

BLOG

Rookmelders zijn per 1 juli 2022 verplicht in alle woningen.

Het belang van rookmelders in het kader van brandveiligheid binnenshuis is groot. Zo is uit onderzoek van de TNO, de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek, gebleken dat het aantal slachtoffers en de economische schade van een brand kunnen worden verminderd. Hoe? Door de aanwezigheid van rookmelders!

Sinds 2003 is het plaatsen van rookmelders in nieuwbouwwoningen al verplicht. En per 1 juli aanstaande wordt dit ook van toepassing op bestaande woningen. In deze nieuwste Van de Water blog gaan wij dieper in op deze ontwikkeling: wat houdt het concreet in, wiens verantwoordelijkheid is het en wat zijn mogelijke gevolgen van het niet naleven van deze regelgeving.

Nieuwe regelgeving
Vanaf 1 juli 2022 is er dus een verplichting tot het hebben van rookmelders in zowel bestaande als nieuwbouwwoningen. Deze nieuwe eis is ook vastgelegd in artikel 6.21 lid 6 van het Bouwbesluit en luidt als volgt: “Een bestaande woonfunctie heeft op iedere bouwlaag met een verblijfsruimte of met een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een rookmelder die voldoet aan de NEN”.

Simpel gezegd komt dat erop neer dat iedere verdieping van een woning over ten minste één rookmelder dient te beschikken. Met de aanvulling dat er ook rookmelders aanwezig moeten zijn in besloten ruimtes waar een zogeheten vluchtroute doorheen loopt, zoals een hal, gang of overloop. De gemeente is verantwoordelijk voor de handhaving van deze verplichting.

De praktijk
Tot zover de officiële nieuwe regelgeving. Maar hoe vertaalt zich dat naar de praktijk? Bij een gemiddelde eengezinswoning zal een verplicht aantal van drie rookmelders gelden: in de gang op de begane grond, op de overloop op de eerste verdieping en tot slot op zolder. In een appartement zal er te allen tijde een rookmelder in de hal aanwezig moeten zijn. En tot slot geldt voor kamerwoningen, zoals in een studentenhuis, dat er in elke kamer een rookmelder aanwezig hoort te zijn.

Het vereiste type rookmelder is overigens niet wettelijk vastgelegd. Hierin is de verantwoordelijke dus vrij, mits deze voldoet aan de NEN vereisten. Daarbij wordt aangeraden om rookmelders te plaatsen die beschikken over batterijen met een levensduur van minstens 10 jaar.

In de wetgeving is dus vastgelegd dat de gemeente verantwoordelijk is voor de handhaving. Echter, in de praktijk zal dit een lastig verhaal worden. Het is voor gemeentelijke ambtenaren namelijk moeilijk om achter iedere deur te controleren of er daadwerkelijk een rookmelder op iedere etage aanwezig is die ook nog eens goed functioneert.

Verantwoordelijkheid
Deze nieuwe regelgeving is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de woning. Per 1 juli 2022 wil dat concreet zeggen dat de verkoper van een bestaand huis dient op te leveren inclusief vereiste rookmelders. Indien dat niet het geval is, kan er worden gesproken over een gebrek in de zin van artikel 6.3 van de koopovereenkomst.

Het normaal gebruik van een woning brengt namelijk bepaalde veiligheidseisen met zich mee, zodat deze op een voldoende veilige manier bewoond kan worden zonder dat het ten koste gaat van het woongenot. Het ontbreken van rookmelders kan in dit geval leiden tot discussie, waarover uiteindelijk een rechter zou moeten beslissen. Toch wordt er van de koper verwacht dat het eventueel ontbreken van de rookmelders bekend zal zijn of zal opvallen tijdens de bezichtiging. Om die reden zal het ontbreken van rookmelders waarschijnlijk dan ook voor de rekening en het risico van de koper komen.

Logischerwijs geldt deze verantwoordelijkheid ook voor verhuurders. Wanneer een verhuurder niet tijdig over gaat tot het plaatsen van de verplichte rookmelders, dan bestaat het risico op een huurprijsvermindering. Het kan namelijk worden gezien als een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 Burgerlijk Wetboek. Uiteraard met de kanttekening dat huurders medewerking zullen moeten verlenen voor het plaatsen van de rookmelders. Ook het onderhoud ervan, zoals het vervangen van de batterijen, behoort tot de verantwoordelijkheden van de huurder.

Gevolgen verzekering
Met een inboedel- of opstalverzekering is men verzekerd als een woning beschadigd raakt buiten de eigen schuld om. Bijvoorbeeld in het geval van brand. De verzekeraar ziet in dit geval toe op de vergoeding. Maar wat als er brand uitbreekt na 1 juli aanstaande en er zijn geen rookmelders aanwezig?

Vooralsnog is het nog onduidelijk of verzekeraars aanpassingen zullen doorvoeren in hun polisvoorwaarden naar aanleiding van deze wetswijziging. Hier wordt momenteel nog volop onderzoek naar gedaan door de verzekeraars en dus is het verstandig deze ontwikkelingen goed in de gaten te houden.

Meer informatie
Heeft u nog geen rookmelders, maar wilt u deze nu wel gaan (laten) plaatsen? De brandweer heeft onlangs aanvullende informatie gedeeld over rookmelders: waar moeten deze aan voldoen, waar kunnen ze het beste opgehangen worden en hoe moeten ze worden onderhouden. Lees het door hier te klikken.  

Bron: Jacopo Lombardi

Meer informatie?
Neem contact met ons op!

Starters maken steeds meer kans op de woningmarkt.

BLOG

Starters maken steeds meer kans op de woningmarkt.

Eindelijk zijn er weer positieve signalen te horen voor starters op de woningmarkt. En dat was ook nodig, aangezien de starters het zwaarst zijn getroffen door de oververhitte huizenmarkt en de hoge vraagprijzen van de afgelopen jaren. Vorig jaar heeft de overheid een nieuwe belastingregel ingevoerd en deze lijkt nu zijn vruchten af te werpen: beleggers kopen minder woningen en dus hebben de reguliere huizenkopers meer kans. Een positieve ontwikkeling, maar makkelijk is het nog steeds niet.

De woningmarkt blijft namelijk ongekend krap en woningprijzen uitzonderlijk hoog. Desalniettemin worden de kansen voor starters groter. Zeker ook met de mogelijkheden die gemeenten tegenwoordig hebben met de zogeheten opkoopbescherming. In deze nieuwste Van de Water blog gaan we in op de laatste ontwikkelingen met betrekking tot beleggers en nieuwe wetgevingen, die positieve gevolgen hebben voor de starters in Nederland.

Beleggers
Sinds 2010 werden er jaarlijks telkens meer woningen verkocht aan beleggers: mensen die er zelf niet in wilden gaan wonen, maar die er geld mee wilden verdienen. Echter, sinds 2021 is er een einde gekomen aan deze tendens. Vorig jaar daalden het aantal woningaankopen door beleggers zelfs aanzienlijk. Met als logisch gevolg dat er meer huizen overblijven voor reguliere huizenkopers, waaronder starters.

Uit cijfers van het Kadaster is allereerst gebleken dat het aantal woningen dat door kleine investeerders werd gekocht, de afgelopen tien jaar verviervoudigd is. Onder deze groep van kleine beleggers vallen de mensen die maximaal vijf woningen in hun bezit hebben. Dit is dan ook de grootste concurrent van de starter. Zij richten zich namelijk vaak op dezelfde prijsklasse: de relatief goedkoopste.

Nu is uit de meest recente cijfers van het Kadaster gebleken dat deze groep beleggers massaal is afgehaakt. Waar in 2020 nog 13.000 woningen door hen werden gekocht, was dat in 2021 nog maar de helft: 6.500.

Overdrachtsbelasting
Experts schrijven deze daling toe aan de veranderingen omtrent de overdrachtsbelasting. Tot 1 januari 2020 diende elke koper van een woning twee procent van het aankoopbedrag aan de belasting te betalen. Om starters op de woningmarkt tegemoet te komen, heeft de overheid deze overdrachtsbelasting voor beleggers toen verhoogd naar acht procent, terwijl kopers jonger dan 35 jaar zijn vrijgesteld van deze belasting. Hierover heeft u in onze blog van november alles kunnen lezen.

Puur afgaand op de resultaten, lijkt deze gewijzigde wetgeving dus te werken. Het aantal kleine beleggers is inmiddels dus gehalveerd, terwijl het aantal koopstarters is gestegen: van 72.000 naar 80.000.

Tijdelijk of blijvend
De grote vraag is nu of deze ontwikkeling van tijdelijke of blijvende aard is. Paul de Vries van het Kadaster durft het nog niet te zeggen: “Misschien maken de beleggers even pas op de plaats. In een tijd van sterke prijsstijgingen, op een markt waar voortdurend wordt overboden, denken de beleggers vaker: met deze woningprijzen – inclusief de verhoogde overdrachtsbelasting – verdien ik mijn investering niet meer terug”.

Maar ook dat kan weer veranderen. Zo zorgt de stijgende hypotheekrente er momenteel alweer voor dat starters een minder hoge hypotheek kunnen afsluiten. Voor hen maakt dat de woningen minder betaalbaar, terwijl het wel tot een daling van de vraagprijzen zou kunnen leiden. En dat is weer koren op de molen van de beleggers.

Opkoopbescherming
Sinds begin dit jaar hebben gemeenten ook nog een troef in handen om de drempel voor beleggers te verhogen. Dankzij een nieuwe wetgeving kunnen zij de zogeheten opkoopbescherming toepassen. Dat wil zeggen dat zij buurten kunnen aanwijzen waar een woning – tot een bepaalde vraagprijs – alleen gekocht mag worden door iemand die er ook daadwerkelijk zelf gaat wonen. Pas na maar liefst vier (!) jaar mag de nieuwe eigenaar de woning verhuren. Op deze manier wordt de markt voor beleggers minder aantrekkelijk, zeker als het om de relatief goedkopere woningen gaat. En laat dat nu net de woningen zijn waar starters nadrukkelijk naar op zoek zijn.

Meer informatie
De woningmarkt blijft zich ontwikkelen en her en der ontstaan er kansen voor starters. Bent u zo’n starter? En heeft u vragen of bent u op zoek naar een persoonlijk advies voor uw situatie? Onze erkende financieel adviseurs én makelaars helpen u graag verder!

Bron: Trouw, Hanne Obbink

Meer informatie?
Neem contact met ons op!